In het kader van 40 jaar de Brakke Grond presenteren we het komend seizoen een serie portretten van bekende kunstenaars die een persoonlijke relatie hebben het Vlaams Cultuurhuis in hartje Amsterdam. Via deze Kroongetuigen komt het verhaal van vier decennia tot leven, in de vorm van videoportretten en tekstverhalen.

In de tweede aflevering vertellen Angelo Tijssens en Karolien De Bleser over de twee sporen binnen het werk van Ontroerend Goed. Ze speculeren over hoe het komt dat je het gezelschap na 21,5 jaar nog steeds kan ontdekken in Nederland en leggen uit waarom ze het zo fijn vinden om te spelen in de Brakke Grond en er te logeren in het hart van Amsterdam.

Kroongetuigen is een samenwerking tussen de Brakke Grond en De Zendelingen.

‘In Nederland kan je ons echt nog ontdekken’

– door Jonathan van der Horst

De coronacrisis is nog maar nauwelijks achter de rug, maar de theatermachine van Ontroerend Goed draait alweer op volle toeren. Afgelopen zomer speelde het Gentse gezelschap nog drie verschillende voorstellingen tegelijkertijd. Ook de komende maanden zit de kalender al weer vol met optredens in Zweden, Zwitserland en natuurlijk ook in de Brakke Grond in Amsterdam. Wij waren dan ook blij dat Angelo Tijssens en Karolien De Bleser, acteurs en leden van de artistieke kern van Ontroerend Goed, nog een gaatje in hun agenda over hadden om met ons – op het groene dak van een industriële site in Antwerpen – te spreken over internationaal touren, hun band met Nederland en slapen in het centrum van Amsterdam.

‘Ik ga het nog vager maken’

Hoewel Ontroerend Goed onlangs 20 kaarsjes mocht uitblazen en Angelo en Karolien zelf al zeker 10 jaar bij het gezelschap betrokken zijn, kijken ze elkaar toch een beetje angstig aan als hen gevraagd wordt het werk van Ontroerend Goed te omschrijven. “Goh, dat is echt moeilijk”, zegt Karolien, “want we doen echt veel verschillende dingen. Maar toch is er wel een lijn in te trekken, denk ik. Eigenlijk werken we altijd op twee pistes. Er zijn ofwel voorstellingen die participatief zijn en waarbij je als toeschouwer deelneemt aan het concept, ofwel voorstellingen waarbij we het publiek met rust laten en het gewoon mag zitten en kijken. Maar al die voorstellingen bevatten wel altijd een soort reflectie op wie we zijn vandaag de dag. Over hoe we in de wereld staan en wat de grote problemen zijn. Daar willen wij niet per sé een antwoord op geven, maar we willen het wel op de één of andere manier laten zien. Of klinkt dat nu heel vaag?”

“Ik ga het nog vager maken”, vult Angelo aan. “Ik denk dat bij de meeste van onze voorstellingen de vorm de inhoud volgt. We beginnen altijd met een soort van vraagstelling, maar in plaats van daar een pasklaar antwoord op te geven, proberen we het proces van het beantwoorden van die vraag juist mee de voorstelling in te trekken. Daardoor hebben we ook niet echt een vormelijke stijl. Die verandert letterlijk per voorstelling. Zo gaan wij op een paar jaar tijd van een heel persoonlijke één-op-één-voorstelling, naar een muziektheatervoorstelling met veertien acteurs tot een quasi volledig geschreeuwd manifest over feminisme.”

Australiërs lachen bijvoorbeeld als ze iets herkennen

Met die vraagstellingen trekken ze nu dus al bijna 20 jaar de wereld over. Van Edinburgh, tot Hongkong en Charleroi. Maar grote verschillen tussen die verschillende publieken merken ze eigenlijk niet. Angelo: “Blijkbaar is dat voor heel veel mensen iets fascinerends. In Hongkong vragen ze zich af hoe de mensen in België op de voorstelling reageren en andersom. Maar vreemd genoeg zijn mensen overal eigenlijk redelijk hetzelfde. Er zijn misschien wel kleine verschillen. Australiërs lachen bijvoorbeeld als ze iets herkennen. Maar omdat ons werk niet gaat over onszelf of een bepaalde plek of een bepaald moment in de geschiedenis, hebben mensen overal ter wereld wel min of meer hetzelfde referentiekader.”

“Het enige wat er natuurlijk wel is”, zegt Karolien, “als er in een land een bepaalde topic speelt, bijvoorbeeld als net verkiezingen zijn geweest of er is een grote crisis, dat de reacties dan wat feller of groter kunnen zijn. Maar om nu te zeggen dat mensen hier zo reageren en aan de andere kant van de wereld zo… Eigenlijk niet. Eigenlijk zijn mensen overal mensen. En dat is ook misschien ook wel een aangename geruststelling.”

Een geëngageerd publiek dat niks schuwt

Hoewel Ontroerend Goed internationaal dus veel furore maakt, blijft de faam in Nederland soms nog een beetje uit. “In Nederland kan je ons echt nog ontdekken. Dus wees er als de kippen bij!”, grapt het duo. Maar aan hun tijd in de Brakke Grond heeft het tweetal wel veel warme herinneringen. “Wat wel echt anders is aan in Amsterdam spelen, is natuurlijk die stad”, zegt Karolien. “Zeker als je dan ook nog eens in de Brakke Grond logeert, dan zit je echt in het centrum van het centrum. Dat voel ik altijd als ik na een voorstelling naar buiten stap. Dat die stad echt niks te maken heeft met die voorstelling die ik net gespeeld heb. Zo’n theater is echt een mini-bolwerk en dat draait rond, zonder besef van wat zich daarbuiten afspeelt. Ik vind dat wel een leuke clash. Ik vind het ook echt zot om in het centrum van zo’n stad te kunnen slapen. Met oordoppen natuurlijk. [lacht] Want zo’n stad slaapt natuurlijk nooit.”

Angelo beaamt dat de Brakke Grond voor hen een unieke plek is. “De eerste keer dat ik, zelfs nog voordat ik bij Ontroerend Goed zat, buiten België speelde was in de Brakke Grond. Dat was voor mij toen echt een mythische plek en ik vond het heel bijzonder om daar te mogen spelen. Eigenlijk nog steeds, want het is de enige plek in Nederland waar wij echt een reeksje kunnen spelen. In België hebben we uiteraard onze vaste plekken waar we een paar dagen achter elkaar kunnen staan. Maar in Nederland hebben we dat niet echt. Door zo’n reeks kunnen de toeschouwers de eerste avond nog aan andere mensen doorvertellen wat ze gezien hebben en die kunnen dan op avond drie nog komen kijken. Dat brengt altijd een fijne sfeer met zich mee.”

Als het tweetal dan toch een eigenschap aan het Nederlandse publiek moet toekennen dan is dat directheid. Maar dan niet zozeer directheid tijdens, maar eerder na de voorstelling. Karolien: “Ik herinner mij nog een nagesprek en die mensen hadden daar echt van alles in de voorstelling gezien waarvan wij niet wisten dat het er allemaal in zat. Ik vond dat super tof. Echt een geëngageerd publiek dat niks schuwt.”

Nieuwe productie

Als Karolien en Angelo gevraagd wordt naar hun nieuwste voorstelling Every Word Was Once An Animal, die op 5 oktober zijn Nederlandse première in de Brakke Grond beleeft, kijkt het duo elkaar weer even angstig aan. 

– Karolien: “Every Word Was Once An Animal is een voorstelling die gaat over…”

– Angelo: “Vijf acteurs en…”

– Karolien: “Vijf acteurs en de waarheid. Over wat te geloven en wie te geloven. Over waarom bepaalde argumenten steek houden en andere niet.”

– Angelo: “Glashelder toch? Als het nu niet uitverkoopt dan weet ik het ook niet meer.” [lacht]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: