In het kader van 40 jaar de Brakke Grond presenteren we het komend seizoen een serie portretten van bekende kunstenaars die een persoonlijke relatie hebben het Vlaams Cultuurhuis in hartje Amsterdam. Via deze Kroongetuigen komt het verhaal van vier decennia tot leven, in de vorm van videoportretten en tekstverhalen.

In de derde aflevering interviewt Simon Bellens drie van de vier makers van BOG. De Brakke Grond was niet alleen het kraambed van BOG., het was ook een thuishonk voor een groep pas afgestudeerde Belgen in ballingschap die zich probeerden vestigen in Amsterdam”

Kroongetuigen is een samenwerking tussen de Brakke Grond en De Zendelingen.

“De geur van de Expozaal is een soort trauma”

door Simon Bellens

BOG. is verwekt, geboren en groot geworden in de Brakke Grond. Acht jaar na hun allereerste première in de Expozaal (nu Grote zaal ), heeft de collectie van theatermakers ook zelf een meer dan volwassen leeftijd bereikt — naar theaternormen dan toch” “BOG. is zoals een kind’, grijpen ze de metafoor aan. “Je leert het lopen en inmiddels lopen we het achterna.”

Zelf zijn spelers-makers Lisa Verbelen, Sanne Vanderbruggen, Judith De Joode en Benjamin Moen afgelopen jaar drieëndertig geworden. In de werkruimte waar ik hen ontmoet, houden ze een doornenkrans bij om die christelijk beladen leeftijd te gedenken. De enige man, en enige geboren Nederlander van de vier spelers heb ik net gemist, hij moest zijn menselijke kind van school ophalen. Dramaturg Roos Euwe, BOG’er vanaf het prilste begin, is er wel bij.

Na acht jaar — ‘een fundament’, volgens Verbelen — zijn de BOG’ers nog lang niet op elkaar uitgekeken. “We vliegen zo vaak uit”, zegt de Joode. ‘We zien elkaar ook apart ontwikkelen. Ik heb al vaak gedacht: “Eigenlijk weet ik niet meer hoe jij hierin staat.” We hebben een gezamenlijk woordenboek, maar slechts gedeeltelijk. Het andere deel moeten we altijd weer gaan zoeken.”Lees ook het artikel van de lage landen over BOG.

PIANOLES

Euwe: “Toen we onze eerste voorstelling maakten, BOG. Een poging het leven te herstructureren, ontstond het idee om ze elke tien jaar opnieuw te spelen. Dat moment komt er nu bijna aan. Op 16 maart 2023, exact tien jaar na de première van eerste versie, gaan we in première in de Brakke Grond.”

Vanderbruggen: “Tijdens het Peepshow Palace Festival in de lockdownperiode hebben we BOG. al eens hernomen. We voelen nu al dat we ze niet op dezelfde manier kunnen spelen.”

Verbelen: “Ik was in de veronderstelling dat we een voorstelling over het leven hadden gemaakt, maar het was een voorstelling over twintigers die naar het leven kijken. Het ging veel meer over ons dan ik toen geloofde. Dat vind ik helemaal niet erg en zegt voor mij niets over de kwaliteit van de voorstelling, maar ik denk wel dat we steeds minder die ambitie hebben om objectief te zijn. Toen wist ik ook al wel dat die poging nooit helemaal kon lukken, maar vooral omdat je gewoonweg niet alle woorden kán zeggen en sommige dingen niet kan weten.”

Vanderbruggen: “Als twintiger denk je dat je in de prime of your life bent en dat daarna alles bergaf gaat. Tien jaar later denk ik: “Ha, sukkels, nu begint het pas.”’

Verbelen: ‘Er zit een tekst in BOG. over hoe je alles gaat vastleggen als je ouder wordt: waar je huis is, wat je werk is, de route van thuis naar werk. Ik merkte vorig jaar dat ik geen zin meer had om dat zo te zeggen. Waarom zou ik willen geloven dat dat ouder worden is?”

Opgroeiend met elke voorstelling lijkt BOG. me ook een gezelschap dat goed nadenkt over het geheel van zijn oeuvre.

de Joode: “Het voelt alsof dat bijna intuïtief gebeurt. Alsof BOG. een ding op zich is dat tussen ons heen zit en zelf aanleiding geeft tot het volgende. Zonder dat we dat echt moeten bedenken of bespreken.”

Verbelen: “Zoals een kind, toch? Je maakt dat en na een tijdje gaat het op pianoles, ook al heb je dat niet zelf bedacht. (lacht) Dat is dan jouw kind, jij hebt het helemaal opgevoed, maar het wordt ook iets van zichzelf.”

Welke rol speelt de Brakke Grond in de ontwikkeling van dat kind?

de Joode: “Dat is waar we begonnen zijn, onze geboorteplek.”

Vanderbruggen: “Ik werkte achter de bar van het café. Lisa zat aan mijn bar en vertelde over iets dat ze zou maken met Benjamin en Judith, die al eerder met Piet (Menu, red., toenmalig directeur van de Brakke Grond) had samengewerkt. We waren net afgestudeerd en schipperden nog heel erg tussen België en Nederland. Door al die toevallige factoren kwam het daar samen. Dat was de verwekking.”

Euwe: “In die periode werden in Nederland de productiehuizen voor toneel opgeheven. Piet, die van het Maastrichtse productiehuis Huis van Bourgondië kwam, voelde die nood in het werkveld aan. Hij is ermee begonnen om van de Brakke Grond ook een productiehuis te maken. Dat is een grote omslag, maar ze hebben ons altijd heel welkom ontvangen. Dan vroegen we aan de balie of ze toevallig nog tape of karton hadden en gingen ze voor ons op zoek. Maureen (Vervloesem, red.) van het onthaal was altijd een steun en toeverlaat.”

de Joode: “Ik herinner me de geur van de Expozaal*, toen we er de eerste keer BOG. speelden. Een soort tentenkampgeur, en wij stonden daar met knikkende knieën.”

Verbelen: “Er is niets mis met die geur, maar het is een soort trauma. Telkens als ik naar een voorstelling in de Expozaal* ga, voel ik weer die zenuwen.”

Vanderbruggen: “Als we iets aan het maken zijn, en ik probeer het voor me te zien, zie ik het ook in de Expozaal*.”

Euwe: “De zaal heeft iets weg van een tentoonstellingsruimte, dat vind ik heel goed voor ons werk. We noemen onszelf een collectie; meer dan dat we een verhaal ontwikkelen met personages, zijn we dingen aan het verzamelen, uitspreiden, tentoonstellen. Het klassieke kader van het theater helpt ons daarbij niet per se, het wat meer museale, met alsnog een gedeelde aanwezigheid, wel.”

KORTING

Maar de Brakke Grond was niet alleen het kraambed van BOG., het was ook een thuishonk voor een groep pas afgestudeerde Belgen in ballingschap die zich probeerden vestigen in Amsterdam. Er gebeurde meer dan theater maken. “Op de avond van die eerste première’, herinnert Vanderbruggen zich, ‘is ook mijn verkering aangegaan. In het café van de Brakke Grond. Voor de voorstelling hadden we nog ruzie gemaakt, daarna was het aan.” (lacht)

Euwe: “Op een gegeven moment hing er een bierviltje achter de bar: BOG. krijgt geen korting.”

Verbelen: “We waren met een heleboel vrienden in het café voetbal komen kijken, en wij gingen altijd voor iedereen bier halen met korting. Toen hebben we die kaart overspeeld.”

Vanderbruggen: “Inmiddels kunnen we koffie betalen. Dat is ook volwassen worden.”

Verbelen: “Het is gewoon zo’n leuk gevoel om korting te krijgen.”

Hebben jullie tot slot een verjaardagswens voor de Brakke Grond?

Euwe: “Ik hoop dat ze echt een goed feest kunnen vieren. Het is zo leuk dat theater, muziek en tentoonstellingen er mooi samenkomen. Een feest waarbij dat allemaal door elkaar loopt, lijkt me heel cool.

Verbelen: “En dat ze lang blijven bestaan. Wij moeten met BOG. nog elke tien jaar opnieuw in première kunnen gaan in de Brakke Grond. Als het zou worden afgebroken in een oorlog, moeten we spelen op de brokken van de Expozaal*.”

* Expozaal heet tegenwoordig Grote zaal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: