De 7 hoogtepunten van 2021

Hopelijk bracht het voorbije jaar voor jou veel geluk, creativiteit en rust – ondanks het verdomde coronavirus, dat het theater maanden verlamde.

Virus of niet: bij De Zendelingen zaten we niet stil. In volle lockdown draaiden we onze eerste tv-reeks over dans en in de zomermaanden volgden we de revival van Ten Oorlog in ons podcastdebuut.

Speciaal voor u presenteren we hier de 7 projecten die ons jaar kleurden, omdat ze tonen hoe wervelend theater en dans kunnen zijn en welke impact ze hebben op publiek én de (jonge) performers.

Veel plezier ermee, fijne feesten en tot in 2022!

Team Zendelingen

#1 Dansmakers van morgen

Wie zijn de choreografen waren we de komende tijd van zullen horen?

Met die vraag trokken Zoë Demoustier (zelf een jonge en talentvolle dansmaker), regisseur Filip Tielens en videast Alex Pistorius dit voorjaar langs repetitiestudio’s in Vlaanderen en Brussel.

Het resultaat is de negendelige reeks Dansmakers van morgen, die een prachtig beeld geeft van de huidige variëteit aan dansstijlen en -makers, van house dance (Zach Swagga) tot hardcore (Lisa Vereertbruggen) en hiphop meets hedendaags (Lucas Katangila).

De reeks, die te zien was op tv-zender Podium 19 en VRT NU en waarvoor we samenwerkten met Dag van de Dans, is onze grootste productie tot nu.

#2 Ten Oorlog podcast

Waarom was Ten Oorlog zo legendarisch? En is het dat nog steeds? 

In onze vijfdelige podcastreeks bezoekt audiomaker Anke Van Meer de repetities van het jonge collectief Camping Sunset én de hoofdrolspelers van de originele, legendarische theatermarathon uit 1997.

Wat was de impact van Ten Oorlog op de toen piepjonge Kyoko Scholiers? Hoe creëerde Tom Lanoye zijn monument van taal? Waarom verliep volgens Luk Perceval het creatieproces zo tumultueus? Hoe kroop Wim Opbrouck in de huid van Richaar Deuxième? En last out not least: wat vonden de acteurs van de Blauwe Maandag Compagnie van de revival van Ten Oorlog?

Nog steeds te beluisteren via SoundcloudSpotify en Apple Podcasts.

#3 Kroongetuigen

Wat is de band van Vlaamse artiesten met Nederland?

In het kader van 40 jaar de Brakke Grond presenteren we tot mei 2022 een serie portretten van bekende kunstenaars die een persoonlijke relatie hebben met het Vlaams Cultuurhuis in hartje Amsterdam. 

Met hen hebben videast Alex Pistorius en een wisselend team interviewers van De Zendelingen het over de verschillen tussen Vlaams en Nederlands publiek, doorbreken in Nederland en de kloof die lijkt gegroeid te zijn tussen het theater in beide gemeenschappen.

Lees hier tekstinterviews met BOG. en met muzikant Bert Dockx, of bekijk+lees hier de interviews met Miet Warlop en Ontroerend Goed.

#4 Teenage Songbook of Love and Sex

Hoe denken jongeren over liefde, seks en relaties?

En als ze erover zouden zingen, hoe klinken die nummers dan? Alex Pistorius en Filip Tielens volgden de repetities van Teenage Songbook of Love and Sex op NEXT Festival in Kortrijk en spraken er met Yuko, Titouan en Léonie over verlangen naar een grote liefde, casual sex en aseksualiteit.

#5 TheaterTinder

Zal Lotte Lola een date vinden om mee te gaan naar NEXT Festival?

Na Deinze vervolgen Lotte Lola Vermeer en videast Emmanuel van der Beek hun zoektocht naar een theaterdate in Kortrijk. Vinden ze iemand om hen te vergezellen naar KillJoy Quiz van Luanda Casella? En wat zal die persoon dan vinden van deze pittige denkoefening vermomd als televisiequiz?

#6 Polyfonie bij de bakker

Wat doet gregoriaanse en polyfone muziek met een publiek?

Het Psallentes-ensemble zong drie zaterdagen lang in de (lege) Leuvense bakkerij De Broodenier. Voor deze intieme concerten kon het publiek kiezen uit een lijst nummers, gekruid met geuren, smaken en beelden.

Emmanuel van der Beek en Filip Tielens polsten bij de bezoekers welke emoties en associaties de prachtige oude muziek bij hen oproepen.

#7 De Biechtstoel

‘Ik ga na het zien van dit stuk nog eens goed nadenken over mijn relatie.’ 

Veel eerlijke, onverbloemde reacties over liefde, ziekte en dood in de laatste Biechtstoel van 2021, over Geen Kersentuin van Compagnie Cecilia in CC Sint-Niklaas.

Team Biechtstoel bestaat onder meer uit vragenstellers Simon Bellens, Niels Nijs, Mia Vaerman en Eva Vanderstricht; biechtbegeleiders Hannah Lyssens en Marrigje Spoelstra; tekenaars Eva Vaes, Judith Mertens, Saar Vandenheede, Jannes De Schrijver en Younes van den Broeck; monteurs Eva Vanderstricht en Matthias Corneillie en publisher Filip Tielens.

Bert Dockx: ‘Ik slaap graag in mijn eigen bed’ #Kroongetuigen

In het kader van 40 jaar de Brakke Grond presenteren we het komend seizoen een serie portretten van bekende kunstenaars die een persoonlijke relatie hebben het Vlaams Cultuurhuis in hartje Amsterdam. Via deze Kroongetuigen komt het verhaal van vier decennia tot leven, in de vorm van videoportretten en tekstverhalen. 

In de vierde aflevering interviewt Jonathan van der Horst muzikant Bert Dockx: een gesprek onder de warmtelamp van een Antwerps terras over de impact van corona, zijn band met de Brakke Grond en waarom hij liever daar dan in Slovenië speelt.

Kroongetuigen is een samenwerking tussen de Brakke Grond en De Zendelingen.

‘Ik slaap graag in mijn eigen bed’

 door Jonathan van der Horst

Onder normale omstandigheden is Bert Dockx misschien wel de drukst bezette muzikant van de Lage Landen. Naast het werk met zijn bands Flying Horseman, Dans Dans en Ottla, lukte het hem de afgelopen jaren ook nog om een soloproject en een berg muziek voor film en theater uit zijn mouw te schudden. Hoewel corona ogenschijnlijk geen gat in Dockx zijn productiviteit heeft geslagen en de vierde of vijfde golf inmiddels al weer flink aan het oprukken is, blijft het goed idee om elkaar eens in de zoveel tijd terug op te zoeken. Voor iemand die naar eigen zeggen al dertien keer in de Brakke Grond heeft gespeeld, doen we dat dan ook maar al te graag. Daarom praten we onder de warmtelamp van een Antwerps terras bij met Bert Dockx over de impact van corona, zijn band met de Brakke Grond en waarom hij liever daar dan in Slovenië speelt.

Af en toe ook eens met vakantie gaan

‘Ik heb een bewogen periode achter de rug,’ zegt Dockx, terwijl hij een hap van zijn pompoensoep neemt. ‘Zoals voor veel mensen, was het begin van de eerste lockdown een beetje een schok voor mij. Ik ging net een album, Mothership, met Flying Horseman uitbrengen. Die release viel dus compleet in het water. Tegen de tijd dat de boel terug op gang kwam, was ik dan ook eerst heel blij. Maar ik ben ook wel beginnen beseffen dat het terug in gang schieten veel moeilijker voor mij was dan ik had verwacht. Ik ben inderdaad altijd heel productief geweest en heb daar ook altijd heel erg van genoten. De dingen overlapten bij mij vroeger heel erg. Terwijl ik de ene plaat aan afwerken was, was ik de volgende alweer aan het voorbereiden. Maar de gedwongen rust van de coronacrisis heeft er ook voor gezorgd dat ik besefte dat het constant doorgaan van al die projecten niet altijd even gemakkelijk is voor mij. Ik moet zien dat ik in de toekomst genoeg ruimte inlas om af en toe ook eens met vakantie te gaan. Dat is iets wat ik eigenlijk nooit doe.’ 

Maar helemaal stilgezeten heeft Dockx dus ook weer niet. Naast de hierboven genoemde plaat met Flying Horseman, maakte Dans Dans in 2021, met mondmaskers op, hun nieuwe album Zink. Als alles goed loopt, touren ze daarmee de komende tijd weer door binnen- en buitenland, waarbij ze op 17 december ook het Bimhuis aandoen. Maar of corona de sound van de plaat ook mee heeft bepaald, durft Dockx niet te zeggen: ‘Voor de buitenwereld is er niet veel veranderd, denk ik. Sommige mensen hebben ons dat ook al kwalijk genomen, maar als we samenspelen met Dans Dans is er een heel onmiskenbare en sterke sound. Ik denk dat weinig bands zo’n heldere identiteit hebben. Maar daarbinnen zijn er wel nuanceverschillen per plaat. Ik denk wel dat de balans tussen de drie instrumenten op dit album heel gelijkmatig is. Iedereen staat in the picture. Daarnaast is Dans Dans stilistisch doorheen de jaren ook altijd maar meer rock geworden. We zijn altijd geïnspireerd geweest door jazz, dat is onze gemeenschappelijke achtergrond, maar dit is ook wel echt een rockplaat.’

Reizen is eigenlijk niet echt mijn ding

Op de vraag of hij het live optreden ook gemist heeft, komt Dockx met een opvallend antwoord: ‘Ook dat is veranderd. Albums of nieuwe muziek maken was voor mij vroeger altijd ondergeschikt aan het live spelen. Al die andere activiteiten zag ik enkel als manieren om te kunnen optreden. Ik wil mijn muziek uiteraard nog steeds zoveel mogelijk naar buiten brengen en zoveel mogelijk spelen, op zoveel mogelijk verschillende plekken. Maar tegelijkertijd is reizen eigenlijk niet echt mijn ding. Dat is misschien raar om te zeggen. De meeste muzikanten willen niks liever dan touren, zeker in het buitenland. Maar ik ben eigenlijk altijd blij om weer terug thuis te zijn. Ik slaap graag in mijn eigen bed. Ik vind het erger als een optreden in de Roma of de Handelsbeurs niet doorgaat, dan een optreden in Slovenië. Ook al speel ik veel vaker in die zalen. Ik doe eigenlijk niks liever dan in dezelfde zaal spelen. Ik heb dat met de Brakke Grond ook al vaak meegemaakt. Als ik in een zaal binnen kom waar ik al meerdere keren gespeeld heb, dan voel ik mij altijd direct thuis. Ik voel een band met die plek, een band met het publiek, ook al weet ik natuurlijk niet zeker dat het hetzelfde publiek is. Toch heb je het gevoel dat je iets verder bent ofzo. Dat je iets aan het bouwen of aan het verdiepen bent.’

Enkel in de Brakke Grond was het een enorm succes

In de Brakke Grond komt Dockx dus maar al te graag terug. ‘Het was één van de eerste plekken waar ik in Nederland gespeeld heb. Of toch zeker één van de eerste plekken met een bepaalde allure. Het leuke aan de Brakke Grond is het publiek. Dat komt echt om te luisteren. Het publiek komt er echt voor de inhoud, niet gewoon voor een avondje uit. Ook bij de mensen die er werken voel je hoe gepassioneerd ze zijn door hun werk. Bij elk optreden dat ik er al gegeven heb, waren er altijd ook veel toeschouwers. De eerste keer dat ik met Flying Horseman in andere zalen in Nederland speelde, was er vaak echt heel weinig volk. Wat normaal is, want niemand kende ons daar. Maar in de Brakke Grond heb ik eigenlijk geen herinnering aan een optreden waarbij er echt beschamend weinig publiek was.’

Gevraagd naar wat hem dan wel is bijgebleven van al die keren dat hij in het Vlaams Cultuurhuis optrad, komt hij niet uit bij de muziek, maar bij het theater: ‘Mijn sterkste herinnering aan de Brakke Grond was eigenlijk met een theaterproductie: Empedokles van Zuidpool. Dat was een productie waar wij enorm hard aan gewerkt hadden. Het was een stuk van meer dan twee uur met een heel moeilijke oude Duitse tekst, waar de acteurs enorm mee hebben zitten worstelen. Voor mij was het ook heftig, omdat ik de opdracht had gekregen om continu muziek te spelen, zodat er nergens een stilte zou vallen. Uiteindelijk waren we allemaal heel trots op de voorstelling. Het is veruit de leukste theaterproductie waar ik ooit aan heb meegewerkt. Maar in Vlaanderen werd het niet zo goed onthaald. De recensies waren matig en ook het publiek reageerde wat met gefronste wenkbrauwen. Maar toen we in de Brakke Grond speelden, was het daar ineens een enorm succes. De zaal zat vol, we voelden dat het publiek mee was en achteraf kwamen heel wat mensen ons zeggen hoe mooi ze het vonden. Ik heb nooit kunnen verklaren hoe dat nu precies kwam.’ 

Groeien en groeien

Wie bang was dat Dockx nu eerst met vakantie zou gaan, hoeft niet te treuren. In april zou er alweer een nieuw soloplaat op de planken moeten liggen. ‘Op mijn vorig soloalbum heb ik allemaal covers bewerkt. Ik heb nog een cover van The Velvet Underground liggen, waarvan ik een half jaar geleden bedacht dat ik die eigenlijk toch ooit eens op plaat wilde zetten. Eerst wilde ik alleen een EP uitbrengen, maar dat is beginnen groeien en groeien en uiteindelijk is het een volledig album geworden. Er doen een aantal bandleden van zowel Flying Horseman als Ottla, mijn experimentele jazzproject, op mee. Zowel muzikaal als qua bezetting is het dus een soort hybride geworden van de verschillende aspecten van mijn muzikantschap. Het heeft mij goed gedaan om eens iets te doen wat niet binnen het vast omlijnde kader van een band paste. Let op: Ik ben een grote fan van bands. Ik geloof heel hard dat lang samenwerken met dezelfde muzikanten tot iets speciaal leidt. Maar ik merk dat ik nu ook wel zin heb om dingen te doen die niet binnen zo’n kader passen. Ik denk dat er nog wel meer van zulke projecten gaan volgen.’

De eerste #Proloog: podcastinleiding met Zoë Demoustier

In Unfolding an Archive ontvouwt Zoë Demoustier het archief van haar vader, oorlogs- en rampenjournalist Daniel Demoustier. Haar danssolo stelt pertinente vragen over het filmen van en het kijken naar geweld en lijden, maar is tegelijk ook een intiem familieportret over de band met haar vader.

In de eerste aflevering van De Proloog vertellen hosts Eva Vanderstricht en Jens Dewulf samen met Zoë Demoustier alles wat u moet weten voor u naar de voorstelling komt kijken.

BOG over hun geboorte in De Brakke Grond #Kroongetuigen

In het kader van 40 jaar de Brakke Grond presenteren we het komend seizoen een serie portretten van bekende kunstenaars die een persoonlijke relatie hebben het Vlaams Cultuurhuis in hartje Amsterdam. Via deze Kroongetuigen komt het verhaal van vier decennia tot leven, in de vorm van videoportretten en tekstverhalen.

In de derde aflevering interviewt Simon Bellens drie van de vier makers van BOG. De Brakke Grond was niet alleen het kraambed van BOG., het was ook een thuishonk voor een groep pas afgestudeerde Belgen in ballingschap die zich probeerden vestigen in Amsterdam”

Kroongetuigen is een samenwerking tussen de Brakke Grond en De Zendelingen.

“De geur van de Expozaal is een soort trauma”

door Simon Bellens

BOG. is verwekt, geboren en groot geworden in de Brakke Grond. Acht jaar na hun allereerste première in de Expozaal (nu Grote zaal ), heeft de collectie van theatermakers ook zelf een meer dan volwassen leeftijd bereikt — naar theaternormen dan toch” “BOG. is zoals een kind’, grijpen ze de metafoor aan. “Je leert het lopen en inmiddels lopen we het achterna.”

Zelf zijn spelers-makers Lisa Verbelen, Sanne Vanderbruggen, Judith De Joode en Benjamin Moen afgelopen jaar drieëndertig geworden. In de werkruimte waar ik hen ontmoet, houden ze een doornenkrans bij om die christelijk beladen leeftijd te gedenken. De enige man, en enige geboren Nederlander van de vier spelers heb ik net gemist, hij moest zijn menselijke kind van school ophalen. Dramaturg Roos Euwe, BOG’er vanaf het prilste begin, is er wel bij.

Na acht jaar — ‘een fundament’, volgens Verbelen — zijn de BOG’ers nog lang niet op elkaar uitgekeken. “We vliegen zo vaak uit”, zegt de Joode. ‘We zien elkaar ook apart ontwikkelen. Ik heb al vaak gedacht: “Eigenlijk weet ik niet meer hoe jij hierin staat.” We hebben een gezamenlijk woordenboek, maar slechts gedeeltelijk. Het andere deel moeten we altijd weer gaan zoeken.”Lees ook het artikel van de lage landen over BOG.

PIANOLES

Euwe: “Toen we onze eerste voorstelling maakten, BOG. Een poging het leven te herstructureren, ontstond het idee om ze elke tien jaar opnieuw te spelen. Dat moment komt er nu bijna aan. Op 16 maart 2023, exact tien jaar na de première van eerste versie, gaan we in première in de Brakke Grond.”

Vanderbruggen: “Tijdens het Peepshow Palace Festival in de lockdownperiode hebben we BOG. al eens hernomen. We voelen nu al dat we ze niet op dezelfde manier kunnen spelen.”

Verbelen: “Ik was in de veronderstelling dat we een voorstelling over het leven hadden gemaakt, maar het was een voorstelling over twintigers die naar het leven kijken. Het ging veel meer over ons dan ik toen geloofde. Dat vind ik helemaal niet erg en zegt voor mij niets over de kwaliteit van de voorstelling, maar ik denk wel dat we steeds minder die ambitie hebben om objectief te zijn. Toen wist ik ook al wel dat die poging nooit helemaal kon lukken, maar vooral omdat je gewoonweg niet alle woorden kán zeggen en sommige dingen niet kan weten.”

Vanderbruggen: “Als twintiger denk je dat je in de prime of your life bent en dat daarna alles bergaf gaat. Tien jaar later denk ik: “Ha, sukkels, nu begint het pas.”’

Verbelen: ‘Er zit een tekst in BOG. over hoe je alles gaat vastleggen als je ouder wordt: waar je huis is, wat je werk is, de route van thuis naar werk. Ik merkte vorig jaar dat ik geen zin meer had om dat zo te zeggen. Waarom zou ik willen geloven dat dat ouder worden is?”

Opgroeiend met elke voorstelling lijkt BOG. me ook een gezelschap dat goed nadenkt over het geheel van zijn oeuvre.

de Joode: “Het voelt alsof dat bijna intuïtief gebeurt. Alsof BOG. een ding op zich is dat tussen ons heen zit en zelf aanleiding geeft tot het volgende. Zonder dat we dat echt moeten bedenken of bespreken.”

Verbelen: “Zoals een kind, toch? Je maakt dat en na een tijdje gaat het op pianoles, ook al heb je dat niet zelf bedacht. (lacht) Dat is dan jouw kind, jij hebt het helemaal opgevoed, maar het wordt ook iets van zichzelf.”

Welke rol speelt de Brakke Grond in de ontwikkeling van dat kind?

de Joode: “Dat is waar we begonnen zijn, onze geboorteplek.”

Vanderbruggen: “Ik werkte achter de bar van het café. Lisa zat aan mijn bar en vertelde over iets dat ze zou maken met Benjamin en Judith, die al eerder met Piet (Menu, red., toenmalig directeur van de Brakke Grond) had samengewerkt. We waren net afgestudeerd en schipperden nog heel erg tussen België en Nederland. Door al die toevallige factoren kwam het daar samen. Dat was de verwekking.”

Euwe: “In die periode werden in Nederland de productiehuizen voor toneel opgeheven. Piet, die van het Maastrichtse productiehuis Huis van Bourgondië kwam, voelde die nood in het werkveld aan. Hij is ermee begonnen om van de Brakke Grond ook een productiehuis te maken. Dat is een grote omslag, maar ze hebben ons altijd heel welkom ontvangen. Dan vroegen we aan de balie of ze toevallig nog tape of karton hadden en gingen ze voor ons op zoek. Maureen (Vervloesem, red.) van het onthaal was altijd een steun en toeverlaat.”

de Joode: “Ik herinner me de geur van de Expozaal*, toen we er de eerste keer BOG. speelden. Een soort tentenkampgeur, en wij stonden daar met knikkende knieën.”

Verbelen: “Er is niets mis met die geur, maar het is een soort trauma. Telkens als ik naar een voorstelling in de Expozaal* ga, voel ik weer die zenuwen.”

Vanderbruggen: “Als we iets aan het maken zijn, en ik probeer het voor me te zien, zie ik het ook in de Expozaal*.”

Euwe: “De zaal heeft iets weg van een tentoonstellingsruimte, dat vind ik heel goed voor ons werk. We noemen onszelf een collectie; meer dan dat we een verhaal ontwikkelen met personages, zijn we dingen aan het verzamelen, uitspreiden, tentoonstellen. Het klassieke kader van het theater helpt ons daarbij niet per se, het wat meer museale, met alsnog een gedeelde aanwezigheid, wel.”

KORTING

Maar de Brakke Grond was niet alleen het kraambed van BOG., het was ook een thuishonk voor een groep pas afgestudeerde Belgen in ballingschap die zich probeerden vestigen in Amsterdam. Er gebeurde meer dan theater maken. “Op de avond van die eerste première’, herinnert Vanderbruggen zich, ‘is ook mijn verkering aangegaan. In het café van de Brakke Grond. Voor de voorstelling hadden we nog ruzie gemaakt, daarna was het aan.” (lacht)

Euwe: “Op een gegeven moment hing er een bierviltje achter de bar: BOG. krijgt geen korting.”

Verbelen: “We waren met een heleboel vrienden in het café voetbal komen kijken, en wij gingen altijd voor iedereen bier halen met korting. Toen hebben we die kaart overspeeld.”

Vanderbruggen: “Inmiddels kunnen we koffie betalen. Dat is ook volwassen worden.”

Verbelen: “Het is gewoon zo’n leuk gevoel om korting te krijgen.”

Hebben jullie tot slot een verjaardagswens voor de Brakke Grond?

Euwe: “Ik hoop dat ze echt een goed feest kunnen vieren. Het is zo leuk dat theater, muziek en tentoonstellingen er mooi samenkomen. Een feest waarbij dat allemaal door elkaar loopt, lijkt me heel cool.

Verbelen: “En dat ze lang blijven bestaan. Wij moeten met BOG. nog elke tien jaar opnieuw in première kunnen gaan in de Brakke Grond. Als het zou worden afgebroken in een oorlog, moeten we spelen op de brokken van de Expozaal*.”

* Expozaal heet tegenwoordig Grote zaal

Hoe denken jongeren over liefde, seks en relaties?

Hoe denken jongeren over liefde, seks en relaties? En als ze erover zouden zingen, hoe klinken die nummers dan?

Wij volgden de repetities van Teenage Songbook of Love and Sex in Kortrijk en spraken er met Yuko, Titouan en Léonie over verlangen naar een grote liefde, casual sex en aseksualiteit.

Meer weten? Kom dan kijken naar de drie shows op NEXT Festival in Kortrijk (27/11), Lille (30/11) en Valenciennes (3/12).

Ik heb vaak korte relaties met mensen. Vaak proefperiodes. Maar ik denk dat ik wel echt op zoek ben naar een langere relatie. Een relatie die iets betekent.

Yuko

Young people know it’s not just heterosexuality with one wife, one man, marriage, kids, a dog, a house… This is not what we want anymore. Cause it’s old. It’s old stuff.

Titouan

J’ai eu des relations qui ne se sont pas très bien passées et après ça, j’ai eu du mal à voir la beauté de l’amour. Mais après, comme dans ma chanson, j’ai rencontré des personnes qui m’ont à réappris à aimer.

Léonie

De comeback van De Biechtstoel

Ik vergat de buitenwereld en werd meegezogen in de beweging.’ Enthousiaste reacties over de dansvoorstelling Come on feet van granvat in CC Sint-Niklaas, bij de eerste #Biechtstoel sinds een jaar!

Later dit najaar volgen nog nieuwe Biechtstoelen bij Boy van Kyoko Scholiers, Odyssee van FroeFroe en Geen kersentuin van Compagnie Cecilia. We durven te vermoeden dat het publiek heel wat opgekropte gevoelens en opgespaarde gedachten heeft op te biechten…

Dansinleidingen in Brugge

Dans in Brugge is het label dat de beste (inter)nationale dansvoorstellingen in Concertgebouw, CC Brugge en KAAP bundelt. Vanaf dit jaar verzorgen De Zendelingen alle programmateksten en multimediale inleidingen bij de voorstellingen.

Inleiders en auteurs Elia Baele, Ruth Dupeé, Filip Tielens, Mia Vaerman, Simon Baetens, Simon Bellens en Louise Raes vertellen het publiek wat het moet weten om meer context te krijgen en beter te kunnen genieten van onderstaande producties. Tot in Brugge?

9/9String trio ECCE/Claire CroizéConcertgebouw
22/9NomadSidi Larbi CherkaouiCC Brugge – Stadsschouwburg
1/10Flamenco weekend: DistopiaPatricia GuerreroCC Brugge – Stadsschouwburg
2/10Flamenco weekend: El cuedoAna MoralesCC Brugge – MaZ
6/10SouffletteFrancois Chaignaud/Carte BlancheConcertgebouw
20/10LamentaKoen Augustijnen & Rosalba Guerrero TorresCC Brugge – Stadsschouwburg
27/10Through the grapevineAlexander VantournhoutCC Brugge – MaZ
11/11Drumming & Violin PhaseRosasConcertgebouw
12/11Drumming & Violin PhaseRosasConcertgebouw
16/1111 O’clockLiz KinoshitaCC Brugge – Stadsschouwburg
2/12Without referencesCindy Van AckerConcertgebouw
3/12A full evening performanceJames BachelorCC Brugge – Stadsschouwburg
4/12Dances of deathMichiel VandeveldeCC Brugge – MaZ
5/12Relay (musea)Ula SickleGothische zaal stadhuis
5/12CascadeMeg StuartConcertgebouw
7/12Love chapter 3 – the brutal journey of the heartSharon EyalConcertgebouw
8/12Soirée d’étudesCassiel GaubeCC Brugge – MaZ
9/12OUMMassala Dance CompanyCC Brugge – Stadsschouwburg
10/12Bastards Mohamed ToukabriCC Brugge – De Biekorf
11/12Any attempt…GRIP/Jan MartensConcertgebouw
12/12Pink for girls blue for boys Tabea MartinCC Brugge – MaZ
6/1Contre-jourAlexander VantournhoutCC Brugge – MaZ
20/1Goldberg VariationsPlatform K & Michiel VandeveldeCC Brugge – Stadsschouwburg
4 tot 6/2SLOW festival ism PARTSPARTS & Maria HassabiConcertgebouw
15/2Set of setsCampos-NadarConcertgebouw
16/2Mysteriensonates RosasConcertgebouw
17/2MysteriensonatesRosasConcertgebouw
18/2MysteriensonatesRosasConcertgebouw
24/2(B)its of Dance: Th Lng GdbyTuur MarinusCC Brugge – MaZ
25/2(B)its of Dance: Fruit treeLara BarsaqCC Brugge – Biekorf
26/2(B)its of Dance: Le journal d`un usager (16u + 20u)Benjamin VandewalleConcertgebouw
16/37Radouan MrizigaConcertgebouw
30/3Hands do not touch your precious meUltima VezCC Brugge – Stadsschouwburg
14/4Le rêveECCE/Etienne: Retour AmontConcertgebouw
23/4Tactile quartetsVera TussingConcertgebouw
2/5Tender menKoen De PreterCC Brugge – MaZ
25/5Letters 2 DanceFemke GyselinckCC Brugge – MaZ

Met Ontroerend Goed naar Amsterdam #Kroongetuigen

In het kader van 40 jaar de Brakke Grond presenteren we het komend seizoen een serie portretten van bekende kunstenaars die een persoonlijke relatie hebben het Vlaams Cultuurhuis in hartje Amsterdam. Via deze Kroongetuigen komt het verhaal van vier decennia tot leven, in de vorm van videoportretten en tekstverhalen.

In de tweede aflevering vertellen Angelo Tijssens en Karolien De Bleser over de twee sporen binnen het werk van Ontroerend Goed. Ze speculeren over hoe het komt dat je het gezelschap na 21,5 jaar nog steeds kan ontdekken in Nederland en leggen uit waarom ze het zo fijn vinden om te spelen in de Brakke Grond en er te logeren in het hart van Amsterdam.

Kroongetuigen is een samenwerking tussen de Brakke Grond en De Zendelingen.

‘In Nederland kan je ons echt nog ontdekken’

– door Jonathan van der Horst

De coronacrisis is nog maar nauwelijks achter de rug, maar de theatermachine van Ontroerend Goed draait alweer op volle toeren. Afgelopen zomer speelde het Gentse gezelschap nog drie verschillende voorstellingen tegelijkertijd. Ook de komende maanden zit de kalender al weer vol met optredens in Zweden, Zwitserland en natuurlijk ook in de Brakke Grond in Amsterdam. Wij waren dan ook blij dat Angelo Tijssens en Karolien De Bleser, acteurs en leden van de artistieke kern van Ontroerend Goed, nog een gaatje in hun agenda over hadden om met ons – op het groene dak van een industriële site in Antwerpen – te spreken over internationaal touren, hun band met Nederland en slapen in het centrum van Amsterdam.

‘Ik ga het nog vager maken’

Hoewel Ontroerend Goed onlangs 20 kaarsjes mocht uitblazen en Angelo en Karolien zelf al zeker 10 jaar bij het gezelschap betrokken zijn, kijken ze elkaar toch een beetje angstig aan als hen gevraagd wordt het werk van Ontroerend Goed te omschrijven. “Goh, dat is echt moeilijk”, zegt Karolien, “want we doen echt veel verschillende dingen. Maar toch is er wel een lijn in te trekken, denk ik. Eigenlijk werken we altijd op twee pistes. Er zijn ofwel voorstellingen die participatief zijn en waarbij je als toeschouwer deelneemt aan het concept, ofwel voorstellingen waarbij we het publiek met rust laten en het gewoon mag zitten en kijken. Maar al die voorstellingen bevatten wel altijd een soort reflectie op wie we zijn vandaag de dag. Over hoe we in de wereld staan en wat de grote problemen zijn. Daar willen wij niet per sé een antwoord op geven, maar we willen het wel op de één of andere manier laten zien. Of klinkt dat nu heel vaag?”

“Ik ga het nog vager maken”, vult Angelo aan. “Ik denk dat bij de meeste van onze voorstellingen de vorm de inhoud volgt. We beginnen altijd met een soort van vraagstelling, maar in plaats van daar een pasklaar antwoord op te geven, proberen we het proces van het beantwoorden van die vraag juist mee de voorstelling in te trekken. Daardoor hebben we ook niet echt een vormelijke stijl. Die verandert letterlijk per voorstelling. Zo gaan wij op een paar jaar tijd van een heel persoonlijke één-op-één-voorstelling, naar een muziektheatervoorstelling met veertien acteurs tot een quasi volledig geschreeuwd manifest over feminisme.”

Australiërs lachen bijvoorbeeld als ze iets herkennen

Met die vraagstellingen trekken ze nu dus al bijna 20 jaar de wereld over. Van Edinburgh, tot Hongkong en Charleroi. Maar grote verschillen tussen die verschillende publieken merken ze eigenlijk niet. Angelo: “Blijkbaar is dat voor heel veel mensen iets fascinerends. In Hongkong vragen ze zich af hoe de mensen in België op de voorstelling reageren en andersom. Maar vreemd genoeg zijn mensen overal eigenlijk redelijk hetzelfde. Er zijn misschien wel kleine verschillen. Australiërs lachen bijvoorbeeld als ze iets herkennen. Maar omdat ons werk niet gaat over onszelf of een bepaalde plek of een bepaald moment in de geschiedenis, hebben mensen overal ter wereld wel min of meer hetzelfde referentiekader.”

“Het enige wat er natuurlijk wel is”, zegt Karolien, “als er in een land een bepaalde topic speelt, bijvoorbeeld als net verkiezingen zijn geweest of er is een grote crisis, dat de reacties dan wat feller of groter kunnen zijn. Maar om nu te zeggen dat mensen hier zo reageren en aan de andere kant van de wereld zo… Eigenlijk niet. Eigenlijk zijn mensen overal mensen. En dat is ook misschien ook wel een aangename geruststelling.”

Een geëngageerd publiek dat niks schuwt

Hoewel Ontroerend Goed internationaal dus veel furore maakt, blijft de faam in Nederland soms nog een beetje uit. “In Nederland kan je ons echt nog ontdekken. Dus wees er als de kippen bij!”, grapt het duo. Maar aan hun tijd in de Brakke Grond heeft het tweetal wel veel warme herinneringen. “Wat wel echt anders is aan in Amsterdam spelen, is natuurlijk die stad”, zegt Karolien. “Zeker als je dan ook nog eens in de Brakke Grond logeert, dan zit je echt in het centrum van het centrum. Dat voel ik altijd als ik na een voorstelling naar buiten stap. Dat die stad echt niks te maken heeft met die voorstelling die ik net gespeeld heb. Zo’n theater is echt een mini-bolwerk en dat draait rond, zonder besef van wat zich daarbuiten afspeelt. Ik vind dat wel een leuke clash. Ik vind het ook echt zot om in het centrum van zo’n stad te kunnen slapen. Met oordoppen natuurlijk. [lacht] Want zo’n stad slaapt natuurlijk nooit.”

Angelo beaamt dat de Brakke Grond voor hen een unieke plek is. “De eerste keer dat ik, zelfs nog voordat ik bij Ontroerend Goed zat, buiten België speelde was in de Brakke Grond. Dat was voor mij toen echt een mythische plek en ik vond het heel bijzonder om daar te mogen spelen. Eigenlijk nog steeds, want het is de enige plek in Nederland waar wij echt een reeksje kunnen spelen. In België hebben we uiteraard onze vaste plekken waar we een paar dagen achter elkaar kunnen staan. Maar in Nederland hebben we dat niet echt. Door zo’n reeks kunnen de toeschouwers de eerste avond nog aan andere mensen doorvertellen wat ze gezien hebben en die kunnen dan op avond drie nog komen kijken. Dat brengt altijd een fijne sfeer met zich mee.”

Als het tweetal dan toch een eigenschap aan het Nederlandse publiek moet toekennen dan is dat directheid. Maar dan niet zozeer directheid tijdens, maar eerder na de voorstelling. Karolien: “Ik herinner mij nog een nagesprek en die mensen hadden daar echt van alles in de voorstelling gezien waarvan wij niet wisten dat het er allemaal in zat. Ik vond dat super tof. Echt een geëngageerd publiek dat niks schuwt.”

Nieuwe productie

Als Karolien en Angelo gevraagd wordt naar hun nieuwste voorstelling Every Word Was Once An Animal, die op 5 oktober zijn Nederlandse première in de Brakke Grond beleeft, kijkt het duo elkaar weer even angstig aan. 

– Karolien: “Every Word Was Once An Animal is een voorstelling die gaat over…”

– Angelo: “Vijf acteurs en…”

– Karolien: “Vijf acteurs en de waarheid. Over wat te geloven en wie te geloven. Over waarom bepaalde argumenten steek houden en andere niet.”

– Angelo: “Glashelder toch? Als het nu niet uitverkoopt dan weet ik het ook niet meer.” [lacht]

Polyfonie bij de bakker klinkt zo

Het Psallentes-ensemble zong drie zaterdagen lang in de (lege) Leuvense bakkerij De Broodenier. Voor deze intieme concerten kon het publiek kiezen uit een lijst nummers, gekruid met geuren, smaken en beelden.

Konden de bezoekers deze concerten oude muziek smaken? Hoe kozen ze de nummers? En wat wekken de genres gregoriaans en polyfonie in hen op? Bekijk het hier!