Duik mee in het Klein Epos van theater FroeFroe #Proloog

In Klein Epos (+9) vertelt theater FroeFroe het verhaal van Jun, een jongen die op zoek moet naar zijn plaats in een prestatiegerichte maatschappij. Tijdens zijn zoektocht belandt hij in een wereld vol hallucinante insecten en betoverende klanken. Houd je klaar voor een trip die soms aanvoelt als een nachtmerrie, maar die jong en oud evengoed doet grinniken en dagdromen. In deze aflevering van De Proloog vertellen hosts Hannah Lyssens en Marie Neefs samen met regisseur Dries De Win, acteurs Aïcha Cissé, Gert Dupont, Stan Martens, Anastassya Savitsky en multi-instrumentalist Dijf Sanders jou alles wat je moet weten voor je naar de voorstelling komt kijken.

Thom Luz duikt in het oeuvre van Maurice Maeterlinck #NTGent

‘Maeterlinck zegt eigenlijk dat mensen op een toneel verboden zouden moeten worden. Je kunt dat onmogelijk zeggen en ik ben heel nieuwsgierig om te zien wat het zou kunnen betekenen.’

In dit videoportret vertelt de Zwitserse regisseur Thom Luz over ‘Maison Maeterlinck / Theater Immobiel’, zijn allereerste voorstelling bij NTGent én in België. Via zijn muzikale theatertaal onderzoekt Luz het oeuvre van Maurice Maeterlinck, die een onbeweeglijke theatervorm propageerde.

Dit seizoen maken we samen met NTGent een reeks videoportretten over de huisartiesten en hun nieuwe voorstellingen. Ontdek wie ze zijn, wat hen drijft en hoe hun nieuwe productie voortbouwt op hun oeuvre.

Maak kennis met de personages van UNDRWRLD #Proloog

Met UNDRWRLD (10+) brengt theater FroeFroe een eigenzinnige versie van de mythe van Orfeus en Euridice. Het is een onsterfelijk verhaal over de liefde, het leven en de dood, ditmaal met poppenspel, live muziek en videoprojecties. In deze aflevering van De Proloog maken hosts Jens Dewulf en Eva Vanderstricht de overtocht naar de onderwereld met één doel: u alles vertellen wat u moet weten voor u naar de voorstelling komt kijken. Zo maakt u alvast kennis met de personages: tortelduifjes Orfee en Euridice, veerman Charon, koning Hades en koningin Persephone én de drie ‘tantekes’… Allemaal komen ze zichzelf aan u voorstellen.

(*O ja, wie goed luistert, herkent misschien de stemmen van Isabelle Van Hecke, Frank Dierens, Gert Dupont, Dries De Win, Sarah Alvaro-Janssens en Heleen Haest. En die hoort ook de muziek van Nelle Bogaerts.)

Alles wat u moet weten voor u naar Amor Mundi gaat kijken #Proloog

Met Amor Mundi brengt Theater Malpertuis uit Tielt een voorstelling gebaseerd op de Duitse cineast Rainer Werner Fassbinder. Tijdens een oktobernacht in 1977 volgt hij koortsachtig het nieuws over de gijzeling van een vliegtuig en de uitschakeling van enkele kopstukken van de Rote Armee Fraktion. Daarover voert hij felle discussies met zijn vriend Armin, maar vooral met zijn moeder, die hier leiden tot knetterend theater.

In deze nieuwe aflevering van De Proloog vertellen hosts Hannah Lyssens en Fred Libert samen met regisseur Piet Arfeuille en acteurs Tania Van der Sanden, David Geysen, Geert Vaes en Pieter Verelst alles wat u moet weten voor u naar de voorstelling komt kijken.

Amor Mundi is te zien van zaterdag 23 april tot woensdag 4 mei 2022 bij Theater Malpertuis in Tielt.

Luk Perceval maakt theater over de aanslagen in Zaventem en Maalbeek #NTGent

‘Hoe kan het zijn dat België zoveel IS-strijders geleverd heeft? Wat zijn de wortels van dit geweld? En valt het überhaupt te stoppen?’

In dit videoportret vertelt regisseur Luk Perceval over zijn nieuwe voorstelling RED – The Sorrows of Belgium III: Holy war, die in première gaat op 27 april bij NTGent en gaat over de aanslagen in Zaventem en Maalbeek.

‘Er wordt vaak op een heel simplistische manier gesproken over “de terreur” en “de terrorist”, alsof het een soort geboren duivels zijn waarvan we ons moeten zuiveren en die moeten branden in de hel. Ik geloof daar niet in.’

Dit seizoen maken we samen met NTGent een reeks videoportretten over de huisartiesten en hun nieuwe voorstellingen. Ontdek wie ze zijn, wat hen drijft en hoe hun nieuwe productie voortbouwt op hun oeuvre.

Back to the 80’s met Luanda Casella #NTGent

‘Hoe maak je een voorstelling die angstaanjagender is dan onze wereld?’ Luanda Casella doet een poging in Ferox Tempus. Terror at its best, haar nieuwe productie die vanaf 18 mei te zien is bij NTGent. Wat die te maken heeft met computergames, de ecologische catastrofe en Michael Jackson vertelt ze in dit videoportret.

Dit seizoen maken we samen met NTGent een reeks videoportretten over de huisartiesten en hun nieuwe voorstellingen. Ontdek wie ze zijn, wat hen drijft en hoe hun nieuwe productie voortbouwt op hun oeuvre.

Nieuw: videoportret over Dalilla Hermans #NTGent

De eenzaamheid die zo centraal stond in her(e) leeft niet meer bij de jongeren uit Us, (k)now’. In dit videoportret vertelt Dalilla Hermans, huisartiest bij NTGent, over haar nieuwe voorstelling met acht zwarte tienermeisjes, de onvergetelijke midweek die ze samen doorbrachten en hoe anders ze zelf was als puber.

Dit seizoen maken we samen met NTGent een reeks videoportretten over de huisartiesten en hun nieuwe voorstellingen. Ontdek wie ze zijn, wat hen drijft en hoe hun nieuwe productie voortbouwt op hun oeuvre.

Benjamin Verdonck: ‘Nederland is bijna exotisch geworden’ #Kroongetuigen

In het kader van 40 jaar de Brakke Grond presenteren we het komend seizoen een serie portretten van bekende kunstenaars die een persoonlijke relatie hebben het Vlaams Cultuurhuis in hartje Amsterdam. Via deze Kroongetuigen komt het verhaal van vier decennia tot leven, in de vorm van videoportretten en tekstverhalen. 

In deze nieuwe aflevering bezoeken Jens Dewulf en Alex Pistorius het atelier van theatermaker Benjamin Verdonck. Hij toont er de kleine baroktheaters die hij bouwt en vertelt met warme gloed over zijn herinneringen aan De Brakke Grond in Amsterdam, onder meer over die keer dat Toon Tellegen in het publiek zag en dat Verdonck takken voor het decor van zijn allereerste voorstelling ging snoeien op het Rembrandtplein.

Kroongetuigen is een samenwerking tussen de Brakke Grond en De Zendelingen.

“In mijn voorstellingen kan de toeschouwer zich onttrekken aan een wereld die ons voortdurend dwingt om keuzes te maken.” 

Ik was te jong om het bewust mee te maken en toch ken ik de beelden van Benjamin Verdoncks Hirondelle/dooi vogeltje/the great swallow, een kunstinstallatie in de publieke ruimte die zowel Brussel, Rotterdam als Birmingham heeft aangedaan. Een gigantisch vogelnest in een moderne wolkenkrabber, je moet het maar doen. Verdonck is het vogeltje. Een speels vogeltje dat zich niet makkelijk laat vangen. Telkens wanneer je denkt zijn werk te kunnen vatten, doet hij iets nieuws. Hij beweegt zich schijnbaar moeiteloos tussen de rollen van acteur, theatermaker, schrijver, performanceartiest, beeldend kunstenaar en verwoed verzamelaar van van alles en nog wat. Op een frisse donderdagmorgen ontvangt deze speelvogel ons in zijn atelier dat zit weggestopt in de bossen van het Vlaamse dorpje Kapellen. Het is zijn woning en werkruimte, een plek die volgestouwd is met teksten en materialen die hem inspireren, als een nest in permanente opbouw. Maar geregeld verlaat hij het om zijn werk aan de wereld te tonen, meestal in Vlaanderen, maar altijd ook in de Brakke Grond.

Jens Dewulf

Benjamin Verdonck heeft al sinds zijn eerste stappen in de theaterwereld een band met Nederland. ‘Toen ik net afgestudeerd was, ben ik meteen bij Hollandia gaan spelen, bij Johan Simons en Paul Koek, die in Zaandam werkten’, vertelt hij. ‘Ik raakte ook bij andere gezelschappen betrokken, waaronder een aantal Nederlandse, zoals Dood Paard en Maatschappij Discordia. Zo kwam ik vaak in Nederland, ook met mijn eigen voorstellingen.’ Dat is ondertussen minder het geval: ‘Vroeger waren mijn tournees min of meer gelijk verdeeld over Vlaanderen en Nederland. Nu is dat anders. Mijn voorstellingen spelen nu veel vaker in Vlaanderen. Nederland is bijna exotisch geworden.’

Toch raakte hij de band met zijn noorderburen nooit volledig kwijt. Dat is voor een groot deel te danken aan de Brakke Grond: “Dat Vlaamse cultuurhuis blijft voor mij een vaste, loyale plek waar ik met mijn werk heen kan. Ik heb er bijna al mijn voorstellingen gespeeld en dat blijf ik ook doen.” De herinneringen zijn positief: “Naar de Brakke Grond gaan betekent: naar Amsterdam gaan. En dat betekent ook meestal: meer dan één keer spelen. Dus dat betekent: overnachten in Amsterdam. En dat betekent dan weer: uitgaan, en overdag mijn vrienden bezoeken die daar wonen. Naar de Brakke Grond gaan is altijd een feestje.” 

“Als je vaak op tournee gaat, zijn er zo van die plekken waar je als artiest een klein publiek hebt opgebouwd. De Brakke Grond is voor mij een van die plaatsen”, vertelt Verdonck. Maar op de vraag of hij verschillen ontwaart tussen de Vlaamse en Nederlandse toeschouwers, reageert hij afwijzend: “Ik zie niet echt een verschil. Ik wil dat onderscheid ook niet maken. Ik weet niet wie die mensen zijn of wat ze denken. Er wordt bijvoorbeeld al eens beweerd dat een Nederlands publiek uitbundiger is, dat het sneller laat merken wat het van een voorstelling vindt. Ik vind dat een fabeltje. De sfeer in een zaal heeft volgens mij vooral te maken met de aard van het werk en met de avond zelf. Mijn ervaring is dat het meestal één persoon of een groep van personen is die de aard van die avond bepaalt. Dat heeft helemaal niets met de locatie te maken, maar met de individuele mensen die daar aanwezig zijn.”

Tellegen en takken 

Soms zit er al eens een VIP in dat publiek. Verdonck heeft in 2008 samen met Willy Thomas een theaterbewerking gemaakt van Toon Tellegens verhalenbundel Misschien wisten zij alles: 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren. Op een avond, toen Thomas en Verdonck in de Brakke Grond speelden, kwam de schrijver in hoogsteigen persoon een kijkje nemen: “Hij zat op de achterste rij. Hij was voortdurend aan het gniffelen. Ook op momenten dat de rest van het publiek niet aan het lachen was.” Verdonck kan bij die herinnering zijn lach zelf niet onderdrukken. “Dat was een heel bijzonder moment. Toon heeft sindsdien als een trouwe toeschouwer alle voorstellingen bezocht die ik in de Brakke Grond heb gespeeld. Hij is zelfs meerdere keren naar ‘zijn’ voorstelling komen kijken.”

Verdonck heeft wel meer zulke verhalen die een lach op zijn gezicht toveren. Hij vertelt ons over de allereerste voorstelling die hij ooit gemaakt heeft: Wat ik graag zou zijn als ik niet was wat ik ben. “Ik speelde die samen met een groep muzikanten, Think of One. Wij waren goede vrienden en we hadden ongelooflijk veel plezier om samen op tournee te gaan. Het was voor ons allemaal de eerste keer dat we dat deden.” Het decor van de voorstelling bestond uit een samengebonden bos takken, die in het grid hing. “Ik sprong dan vanuit dat grid in die takken. Zo begonnen we altijd. Maar toen wij in de Brakke Grond kwamen, hadden we geen takken bij. We gingen ervan uit dat die overal te vinden waren. Nu, Amsterdam is natuurlijk niet bepaald bebost… Er waren iets minder parken in de buurt dan wij hadden gedacht, dus dat was een heel avontuur om toch nog takken te vinden. Ik herinner mij dat ik twee uur voor de voorstelling nog met een zaag naar het Rembrandtplein ben gegaan om daar – zonder dat iemand het zag – takken af te zagen.”

Een kijkje in het kleine

De voorbije jaren heeft Verdonck vooral kijkkasten gemaakt, een theatervorm die hij zelf ‘tafeltoneel’ noemt. “Het zijn eigenlijk grote dozen”, verklaart hij, “die opgebouwd zijn zoals een klassiek barok theater. Dat betekent dat ze coulissen en backdrops hebben. Door middel van touwtjes – zoals dat vroeger ook gebeurde in de grote theaters – kan ik die luiken en schermen zowel horizontaal als verticaal doen verschijnen en verdwijnen. Gaandeweg ontwikkelt er zich een spel van licht en schaduw, van kleur en kleurloosheid.”

Voor Verdonck is het een logische evolutie naar een theatervorm waarin wat hij ‘de dingen’ noemt in de spotlights komen te staan. Materialiteit is dan ook een cruciale notie om zijn werk te begrijpen: “Ik houd enorm van de dingen”, zegt hij. “Ik heb altijd gezocht naar hoe de dingen een rol kunnen spelen in mijn werk. Met de jaren is die rol steeds groter geworden. Als metafoor – hoe gaan wij als mensheid met de materiële wereld om? – én als objecten met een autonoom bestaan. Ik wou ze een volwaardige plek op de scène gunnen. Daarom cijfer ik mezelf zoveel mogelijk weg. Dat is de reden waarom ik nu kasten maak die ik bedien, waarbij mijn aanwezigheid gewoon als aanwezigheid belangrijk is, niet zozeer als actor.”

In zijn atelier bouwt hij momenteel aan een mastodont van een kijkkast. “De grootste die ik ooit heb gemaakt”, glundert hij. Op 6 en 7 april 2022 brengt hij echter twee kleinere kasten mee naar de Brakke Grond voor een heuse double bill. “De eerste voorstelling van de twee heet Waldeinsamkeit. Dat betekent: het gevoel dat iemand ervaart bij het betreden van de natuur. Dat kan compleet overweldigend, zelfs angstaanjagend zijn in zijn grootsheid. In deze voorstelling ontvouwt zich een strakke architecturale ruimte waarin ik speel met licht en schaduw.” Het andere werk, Regenboog, is vrolijker qua thematiek: “Er zitten veel meer kleuren in, die voortdurend in elkaar verglijden.”

Positieloos

De toeschouwer die een verhaal verwacht, is eraan voor de moeite. “Het zijn eerder composities, zoals muziek en dans dat ook zijn”, verklaart Verdonck. “Beide voorstellingen beogen een moment te creëren waarin de toeschouwer zich kan onttrekken aan een wereld die ons dwingt om keuzes te maken, waarin we voortdurend positie moeten innemen. In mijn voorstellingen kan je je twee keer twintig minuten laten meevoeren naar een universum dat je compleet onbekend is.” Dat universum is er een van het minimalistische. Zoals hij van de dingen houdt, is Verdonck ook gefascineerd door het kleine – als vormelijk principe en in metaforische zin. “In het ‘kleine’ en ‘mindere’ – wat iedereen doorgaans beschouwt als ‘verlies’ – zit juist een hele waaier aan mogelijkheden”, betoogt hij. “In een hyperconcentratie ontplooit er zich een heel nieuwe wereld met heel nieuwe mogelijkheden. Dat is de beweging die we ook als mensheid moeten maken: het potentieel in het kleine zoeken.”

Tot slot blikken we nog even vooruit naar de toekomst. ‘Veel van mijn vroege voorstellingen waren “speelvogelvoorstellingen” vol levensdrift en dynamiek. De voorbije jaren voelde ik echter een behoefte aan rust, stilte en kleinheid. Waldeinsamkeit en Regenboog passen daar perfect bij: ze creëren een plaats waar je voor een korte tijd tot rust kunt komen.’ Maar die zoektocht naar sereniteit rondt hij nu af, meent hij. ‘Mijn zelfgekozen opdracht om mezelf als speler naar de achtergrond te duwen ten voordele van de dingen heb ik tot het uiterste gedreven – ik heb nu zelfs een grotezaalvoorstelling gemaakt waarin ik niet meer op de scène sta. Nu heb ik het verlangen om mezelf opnieuw op de scène te plaatsen als performer. Ik heb het verlangen om weer voorstellingen te maken die grappig en absurd zijn. Ik heb opnieuw zin om te spelen en om te lachen.’

Jan Rosseel: ‘Voor sommige dingen moet je een beetje je best doen, voor andere dingen is er Netflix’ #Kroongetuigen

In het kader van 40 jaar de Brakke Grond presenteren we het komend seizoen een serie portretten van bekende kunstenaars die een persoonlijke relatie hebben het Vlaams Cultuurhuis in hartje Amsterdam. Via deze Kroongetuigen komt het verhaal van vier decennia tot leven, in de vorm van videoportretten en tekstverhalen. 

In deze nieuwe aflevering interviewt Lotte Lola Vermeer beeldend kunstenaar Jan Rosseel over zijn band met De Brakke Grond, de geur van revolutie en het archief van De Bende van Nijvel.

Kroongetuigen is een samenwerking tussen de Brakke Grond en De Zendelingen.

———-

“De Brakke Grond was voor mij echt een laboratorium.”

Jan Rosseel (1979, Brussel) begon ooit met een studie Chinees waar hij fotografie als bijvak koos. Uiteindelijk studeerde hij documentaire fotografie in Den Haag. Als visueel verhalenverteller heeft Jan inmiddels een indrukwekkende palmares. Tussen steden als Dubai en Tokio, en media als The New York Times en Esquire Russia, prijkt ook de naam van de Brakke Grond. In 2016 kreeg Jan er de kans om zijn eerste grote solotentoonstelling Back-up te ontwikkelen, over zijn fascinatie voor ons geheugen en de relatie tot beeldvorming in de media. Jan presenteerde een eclectische mix met onder andere werken rond Tintin in Congo, kleurgebruik bij Guantanamo Bay en IS, en gemanipuleerde archiefbeelden van dictators. Ik ontmoet Jan online. Ik ben nieuwsgierig naar die veelvormigheid van zijn werk en wat de Brakke Grond daarin heeft betekend.

“Vanuit een opleiding als fotograaf ben je toch eerder geneigd om een vrij traditionele presentatievorm te kiezen: je lijst iets in, en dan hang je het aan de muur en that’s it. Ik kreeg zoveel ruimte, ik dacht: ik moet hier gewoon van profiteren.” Jan ziet daarin de kracht van de Brakke Grond. “Het is een plek om heel veel uit te proberen. Ik kwam destijds nog maar net kijken. De Brakke Grond was voor mij echt een laboratorium.”

Een carte blanche van 600m2

Door de veelheid aan ideeën werd Jans eerste solo-expositie meteen een drieluik in coproductie met Museum Dr. Guislain in Gent en Stroom in Den Haag. Jan zou het werk tussen de exposities verder blijven ontwikkelen, in zoverre dat iedere deel een andere focus kreeg en nieuw werk bevatte. In de Brakke Grond toonde hij deel 1 van Back-up, gericht op media. Het tweede deel kreeg de psyche als focus; deel drie zou gaan over politiek en was volledig gericht op Nicolae Ceausescu, de Roemeense communistische dictator. Jan vertrok voor alle drie de delen vanuit beeldvorming in de media en de betrouwbaarheid van ons geheugen, maar alle exposities zouden heel andere uitwerkingsvormen bevatten.

“Eigenlijk kreeg ik een carte blanche van de Brakke Grond. Er was een budget waar ik rekening mee moest houden en ik had – ik kan mij vergissen – zo’n zeshonderd vierkante meter ter beschikking. In feite werd de hele Brakke Grond gebruikt.” (lacht) De ruimte die Jan kreeg bij de Brakke Grond heeft hem als kunstenaar absoluut beïnvloed. “Het zette me aan om veel meer ruimtelijk werk te maken.”

James Foley, de geur van revolutie en lunchtafels

Verspreid over anderhalf jaar tijd, kreeg Jan de mogelijkheid om heel veel te creëren. Binnen de Brakke Grond werd hij bijgestaan door de expertise van Veerle Devreese en Rogier Payens (destijds resp. programmeur visuele kunsten en hoofd techniek, red) en hij ging ook nieuwe samenwerkingen aan. “Met choreograaf Jasper van Luijk werkte ik rondom de onthoofding van James Foley (de journalist die werd gevangengenomen en vermoord door IS, red.). We lieten een danser en een mimespeler reageren op die video. Het was geen re-enactment, maar we vroegen hen uit te beelden welke tussenmomenten er waren. Het werd een interpretatie van het contact tussen Foley en de onthoofder.” Die video werd ook getoond in Back-up in de Brakke Grond. In Den Haag, bij Stroom, lag de focus volledig op geur, wat weer een heel nieuw element was in Jans werk. “Dat was fantastisch, ik kon samenwerken met Tanja Schell die geuren maakt,” vertelt hij. “Kerstmis heeft een vrij typische geur, vind ik. Maar we onderzochten ook iets lastigere geuren, zoals: hoe ruikt revolutie?”

Los van de uiteindelijke exposities heeft Jan ook nog een aantal zij-evenementen georganiseerd in de Brakke Grond, waaronder Lunch for Thought, een idee dat hij had naar aanleiding van zijn onderzoek aan het Netherlands Institute for Advanced Studies. “Daar bij de lunch was sterk aanbevolen om altijd aan een andere tafel te zitten. Zo zou je steeds nieuwe mensen ontmoeten en nieuwe gesprekken voeren.” 

Dat idee werkte zo goed dat Jan het ook bij de Brakke Grond heeft geïmplementeerd. Hij nodigde een aantal maal verschillende mensen uit die hij enkele vragen mee gaf. “Ik vond het belangrijk dat we een goede mix hadden, dus waren er wetenschappers, kunstenaars, curatoren en critici.” De tafel waar ze aan zaten diende als kladblok waarop geschreven kon worden. “Soms stond er bijna niets op, andere tafels werden helemaal vol geschreven.” Jan haalde niet alleen ideeën uit die gesprekken, maar de tafelbladen werden uiteindelijk ook in de Brakke Grond geëxposeerd.

“Voor sommigen dingen moet je ook gewoon een beetje je best doen, en voor de andere dingen heb je Netflix.”

Verschil in context

Ook publieksreacties beïnvloedden Back-up. Na de expositie in de Brakke Grond kreeg Jan bijvoorbeeld de feedback dat de tentoongestelde werken niet altijd voor iedereen gemakkelijk te volgen waren. “Op korte termijn leerde ik wat werkte en wat niet. Per tentoonstelling van Back-up is de focus daarom ook strakker geworden. Voor sommige dingen moest je echt ingelezen zijn om een bepaalde link te snappen.”

Op de vraag hoe Jan hierin de balans vindt, antwoordt hij lachend: “Soms vind je die en soms vind je die niet. Het is altijd heel lastig om in te schatten hoeveel achtergrondinformatie de toeschouwer heeft.” Jan vindt het belangrijk dat de toeschouwer zelf de ruimte krijgt om een werk te interpreteren. “Ik wil niet dat het volledig hermetisch is, en ik wil ook niet didactisch zijn, dus word je als toeschouwer ook een beetje aan je lot overgelaten. We consumeren al zoveel. Voor sommigen dingen moet je ook gewoon een beetje je best doen, en voor de andere dingen heb je Netflix.” (lacht)

Als Jan eenzelfde tentoonstelling op een andere plek brengt, past hij die ook aan de lokale context aan. Dat was bijvoorbeeld zo bij Belgische herfst, een project vanuit archiefmaterialen rond de Bende van Nijvel. ”Dat is België een vrij bekend verhaal, dus die tentoonstelling zag er daar anders uit dan in het FOAM in Amsterdam. Ik heb het ook in Tokio tentoongesteld. Daar heb ik veel meer context gegeven omdat de mensen het verhaal niet kennen. Bepaalde beelden werken voor een Belg anders dan voor een Nederlander of een Japanner.”

Dansend de toekomst in

Momenteel houdt Jan zich bezig met een project over de rol van defensie. “Ik werk rond the military industrial complex. Een term die in 1961 door Amerikaans President Dwight Eisenhower onder de aandacht werd gebracht en draait om de rol van de militaire blik op ons huidige en dagelijks leven. Dit hele gesprek is ook mede mogelijk gemaakt door militaire ontwikkelingen.” Hij wijst expliciet naar zijn beeldscherm en de camera. “Zoom, Skype, het internet in het algemeen, zelfs deze camera is een doorontwikkeling van een mitrailleur.”

Eigenlijk heeft hij te veel ideeën om in één leven te kristalliseren, vertelt hij. “Soms slaap ik daar slecht van, maar 95 procent van de ideeën kan ik overigens meestal gewoon verticaal klasseren.” (lacht).

Ik vraag hem naar de dromen die hij nog heeft. “Ik zou best ook nog wel een leven als architect willen doorbrengen, maar het is jammer dat je dan rekening moet houden met praktische ambtelijke zaken en de zwaartekracht. Ik zou het trouwens ook heel tof vinden om goed te kunnen dansen, dat is niet per se iets wat ik ambieer. Het lijkt me wel echt fantastisch.”

Aangezien Jan al een heel arsenaal aan verschillende vormen heeft gepresenteerd, ben ik nieuwsgierig of we hem zelf ooit nog in een performance kunnen verwachten. 
“Ik als danser?” Eerst lacht hij hardop, maar dan lijkt hij het toch niet volledig uit te sluiten. “Dat weet ik niet eigenlijk… misschien ooit.”